Blik in Gods hart
1. Is Efraïm geen kroon voor Mij,
geen bron van trots en vreugde?
Blijft Efraïm geen zoon van Mij,
geen kind dat Mij verheugde?
Hij zucht nu door de zware straf
die Ik voor al zijn ontrouw gaf.
Ik heb hem hard geslagen.
2. Toch denk Ik telkens aan mijn eed,
uit goedheid eens gezworen,
toen Ik hem de belofte deed
dat Ik bij hem zou horen.
Ik zei: ‘Als Vader leid Ik jou.
Ik ben je schild en blijf je trouw,
wat er ook mag gebeuren.’
3. Nu Efraïm zich keert tot Mij
en heil zoekt in mijn armen,
komt in mijn hart compassie vrij
en ongeremd erbarmen.
Ik móet hem wel genadig zijn;
de liefde doet vanbinnen pijn,
zo diep ben Ik bewogen.
Bijbelgedeelte
Jeremia 31:20Melodie
Es ist das Heil uns kommen herGebruik in diensten
Wij willen u aanmoedigen dit lied binnen uw kerkelijke gemeenschap te gebruiken.
