De lege straat
Waarom heb ik hem buiten laten staan?
Hij zocht mij op, hij wilde mij beminnen,
maar lusteloos liet ik mijn lief niet binnen.
Zonder een woord is hij weer weggegaan.
Ik kwetste hem, wat moet ik nu beginnen?
Spaarzaam beschenen door de stille maan
staart mij de lege straat verwijtend aan.
Hoe zal ik ooit zijn hart nog kunnen winnen?
Al is het nacht, ik moet het huis verlaten.
Ik moet hem dringend zien en met hem praten.
Ziek van verdriet en heimwee dwaal ik rond.
Ik vind pas rust wanneer zijn sterke armen
mij binnensluiten en mijn hart verwarmen.
Alleen zijn liefde maakt mijn ziel gezond.

Weerspiegeld