Het feestkleed
1. De koning zwaait de poorten open;
de feestzaal straalt in volle pracht.
Laat alle gasten binnenlopen;
schuif aan, de bruiloftsmaaltijd wacht!
2. Toch kiezen velen voor hun zaken,
de akker en het eigen huis.
Zij weigeren zich los te maken
en voelen zich op aarde thuis.
3. De koning zendt zijn trouwe knechten.
Op ieder kruispunt klinkt het luid:
‘Kom allen binnen, goeden, slechten!’
De zaal stroomt vol voor zoon en bruid.
4. Hij schenkt aan wie naar binnenkomen
een schoon en koninklijk gewaad.
Eén gast heeft dit niet aangenomen;
hij meet zich naar zijn eigen maat.
5. De koning kijkt hem in de ogen:
‘Waarom wijs jij mijn feestkleed af?’
De man staat met het hoofd gebogen,
zwijgt schuldig, wachtend op zijn straf.
6. Nu roept de stem voor wie wil horen,
nu biedt Hij jou zijn feestkleed aan.
Wie dit aanvaardt, is uitverkoren;
wie weigert moet naar buiten gaan.
Bijbelgedeelte
Mattheüs 22:1-14Melodie
Psalm 140Gebruik in diensten
Wij willen u aanmoedigen dit lied binnen uw kerkelijke gemeenschap te gebruiken. U dient wel een CCLi Licentie te hebben afgesloten.
Liednummer rapportage CCLi 7288467
