Hij wel
Al jarenlang ben ik verlamd,
kan ik geen kant meer op.
Toen ik destijds hier binnenkwam
was ik vervuld van hoop,
maar die is weg in elk geval.
Hier blijven is mijn lot.
Ik ben hier tot ik sterven zal.
Er zit niets anders op.
Soms roept een engel bij het bad:
‘De snelste mag naar huis.’
Maar daarvoor krijg ik nooit de kans.
Nee, ik kom niet meer thuis.
Vandaag kwam er bij ons een man
die wonderen kan doen.
Gespannen staarden wij hem aan.
Hij keek naar mij en toen,
toen dacht ik even: is er hoop?
Een wonder ook voor mij?
Wordt dit de dag dat ik weer loop?
Helaas. Hij ging voorbij,
maar sprak opeens mijn buurman aan.
Is hier ook al een tijd.
Net als ikzelf kan hij niet staan.
Het schijnt zijn schuld te zijn.
En het gebeurde voor mijn oog:
die man zei: ‘Sta maar op’,
en kijk, mijn buurman kwam omhoog,
stond weer gewoon rechtop
en liep toen met matras en al
naar buiten, naar het licht. -
Ik was perplex. Waarom hij wel?
Is hij beter dan ik?
Heer, niet dat ik het hem misgun,
maar ik begrijp het niet.
Waarom laat U, die zoveel kunt,
mij achter in verdriet?
Mijn God, zo vaak is wat U doet
ver boven mijn verstand.
Leer mij toch zeggen: het is goed
en berg mij in uw hand.
