Kaddisj
Bij het Joodse kaddisj-gebed
1. Moge Uw Naam, nu en voortaan,
alom worden geprezen, altijd geheiligd wezen.
Zegge nu ieder: Amen!
2. Moge nu snel heel Israël
en iedereen op aarde Uw Koningschap aanvaarden.
Zegge nu ieder: Amen!
3. Moge Uw Naam, zo groot van faam,
steeds hoger zijn verheven in ieder mensenleven.
Zegge nu ieder: Amen!
4. Moge Uw Naam te boven gaan
elk lied dat wordt geboren, elk woord dat zich laat horen.
Zegge nu ieder: Amen!
5. Moge Uw Naam Isrel ruim baan,
geluk en vrede geven; een lang, voorspoedig leven.
Zegge nu ieder: Amen!
6. Er komt herstel voor Israël!
Shalom daalt neer van boven. Uw Naam zullen zij loven.
Zegge nu ieder: Amen!
Hoewel het Kaddisj zelf in de na-bijbelse tijd in het Aramees is geschreven, ademt het volledig de taal van de Tenach. De roep om Gods naam te heiligen en te prijzen is direct ontleend aan Ezechiël 38:23, Daniël 2:20 en Psalm 113:2.
Bijbelgedeelte
Ezechiël 38:23; Daniël 2:20; Psalm 113:2Melodie
Nu valt de nacht. Het is volbracht.Gebruik in diensten
Wij willen u aanmoedigen dit lied binnen uw kerkelijke gemeenschap te gebruiken.
