De wachtende vader
1. Hoor, een vader had twee zonen.
Hij hield veel van alle twee.
‘Ik vertrek nu’, zei de jongste,
‘geef mij gauw mijn kindsdeel mee.’
Maar zijn broer is thuisgebleven;
hij heeft trouw zijn plicht gedaan.
Al zijn tijd heeft hij gegeven,
nooit is hij van huis gegaan.
2. Vol verlangen wachtte vader
op de zoon die hem verliet.
Hoopvol bleef hij naar hem uitzien,
aan geduld ontbrak het niet.
Daar! – reikhalzend keek hij nog eens,
niet gelovend wat hij zag:
hij die dood was, werd weer levend.
Wat een feestelijke dag!
3. Maar jaloers, witheet van woede,
kwam de oudste van het veld.
‘Was ik u ooit ongehoorzaam,
heb ik u teleurgesteld?
Nu die zoon van u weer thuis is
wordt het beste kalf geslacht.
Geld en goed heeft hij verkwanseld;
alles heeft hij doorgebracht!’
4. ‘Jongen, jij bent altijd bij mij;
al het mijne is van jou.
Moet ook jij vandaag niet blij zijn
nu hij leeft van wie ik hou?
Kind, ik smeek je, kom naar binnen,
buiten is het bijna nacht.
Dans met mij en vier het leven;
ook op jou heb ik gewacht.’
5. Kom, laat Hem niet langer wachten,
haast je naar de Vader toe.
Laat je in zijn armen sluiten
en zeg niet: ik weet niet hoe.
Wachtend staat Hij op de uitkijk,
turend of Hij jou al ziet.
Vier met Hem het feest van leven;
weiger zoveel liefde niet!
Bijbelgedeelte
Lucas 15: 11-32Melodie
Welk een vriend is onze JezusGebruik in diensten
Wij willen u aanmoedigen deze liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te gebruiken. U dient wel een CCLi Licentie te hebben afgesloten.
Liednummer rapportage CCLi 7090280
