De koning van mijn dromen
Zij
1. Kom, kus mij, koning van mijn dromen,
met liefde zoeter dan de wijn.
Laat zacht je naam als balsem stromen;
kus mij, ik wil dicht bij je zijn.
Leid mij de koningskamer binnen,
ver bij het stadsgedruis vandaan.
Ik wil je ongestoord beminnen;
mijn liefste, laten wij snel gaan.
2. Jouw liefde zal ik vurig prijzen;
terecht begeert elk meisje jou.
Ik smeek je mij niet af te wijzen,
een door de zon verweerde vrouw.
Trek jij vandaag door koele dalen,
waar vindt jouw kudde middagrust?
Laat mij niet als een vreemde dwalen;
te lang heb ik je niet gekust.
Hij
3. Wil je me vinden, volg de sporen
en zoek de rustplek waar ik weid.
Bij jou, de mooiste, wil ik horen;
ik snak naar jouw aanwezigheid.
Laat mij een ketting om je hangen,
van zilver en van zuiver goud.
Juwelen glanzen langs je wangen,
gemaakt omdat ik van je houd.
Zij
4. Ik lig te rusten bij mijn koning;
terwijl hij slaapt, streel ik hem zacht.
Mijn nardus geurt als zoete honing,
als bloesem in de zomernacht.
Ons bed is groen en cederbomen
staan als beschutting om ons heen.
Jij bent de koning van mijn dromen;
mijn liefste is voor mij alleen.
Bijbelgedeelte
Hooglied 1Melodie
Op U, mijn Heiland, blijf ik hopenGebruik in diensten
Wij willen u aanmoedigen dit lied binnen uw kerkelijke gemeenschap te gebruiken. U dient wel een CCLi Licentie te hebben afgesloten.
Liednummer rapportage CCLi 7090319
