Sorteer op
Gelegenheid
Advent
Avondmaal
Begrafenis
Belijdenis
Bevestiging
Biddag
Dankdag
Dopen
Eeuwigheidszondag
Eindtijd
Hemelvaart
Huwelijk
Jaarwisseling
Kerst
Opdragen
Pasen
Pinksteren
Veertigdagentijd
Auteur
Adriaan Molenaar
Arie Maasland
Bram Wattèl
Jan Pieter Kuijper
Klaas van Hoek
Ria Borkent
Robert Roth
Categorie
Gedichten
Liederen

Onderweg (Op weg naar Emmaüs)

Arie Maasland | Lucas 24:13-35

1. We waren onderweg naar Emmaüs.
De avond viel, vanbinnen was het nacht:
want Jezus was gedood. Hadden we dus
te grif geloofd, te veel van Hem verwacht?
Hij zou ons Gods verlossing laten zien,
maar nu was Hij gestorven aan een kruis.
Was Hij dan toch een leugenaar misschien?
We waren onderweg en ver van huis.

2. Van achter ons klonk er opeens een stem.
Het was een vreemdeling. Hij wist nog niet
wat er gebeurd was in Jeruzalem.
Hij luisterde en peilde ons verdriet.
Vervolgens wees Hij ons met kracht terecht:
Hoe konden wij de Schriften misverstaan?
Die hadden immers duidelijk voorzegd
dat Hij zijn weg als zondebok zou gaan?

3. Zijn woorden brachten ons nog meer van slag.
Kon dit Gods plan zijn? Het leek ongehoord.
Maar deze vreemdeling sprak met gezag.
Hij bleek vertrouwd met God en met zijn Woord.
Hij nam de oude boeken met ons door
en toonde ons een wonderlijk verband.
Kon dit Gods plan zijn? Stel je toch eens voor.
Net zoals vroeger stond ons hart in brand.

4. We spraken veel en in een mum van tijd
was daar ons dorp. Hij wilde verder gaan,
Maar nee, we konden Hem nog lang niet kwijt.
We dwongen Hem: ‘Blijf hier, schuif bij ons aan.’
Met eigen handen brak Hij ons het brood.
Zijn eigen handen – die herkenden wij.
Hij is teruggekomen uit de dood!
Wat ons ook overkomt, Hij is erbij.

Met eigen handen breekt Hij ons het brood.
Zijn eigen handen – die herkennen wij.
Hij is teruggekomen uit de dood!
Wat ons ook overkomt, Hij is erbij.
Hij is teruggekomen uit de dood!
Wat ons ook overkomt, Hij is erbij.

Wat ons ook overkomt, Hij is erbij.
Wat ons ook overkomt, Hij is erbij.

Gedichten

Liefdeslied (1 Korinthe 13)

Jan Pieter Kuijper | 1 Korinthe 13

1. Al kende ik de woorden van elke mensentaal,
maar zou de liefde missen, ik klonk als een cimbaal.
Al kon ik zelfs ook spreken als met een eng’lentong,
ik klonk, zonder de liefde, niet beter dan een gong.

2. Al kon ik profeteren, al was mijn geest in staat
om waarheid waar te nemen die anderen ontgaat,
al kon ik bergen dwingen om aan de kant te gaan,
als ik de liefde miste, had ik daar weinig aan.

3. Al gaf ik aan de armen mijn aardse overvloed,
door alles uit te delen: mijn brood, mijn geld, mijn goed,
al liet ik mij verbranden en leed ik helse pijn –
het zou, zonder de liefde, vergeefse moeite zijn.

4. De liefde is geduldig en zoekt geen eigen eer.
Goed is ze, niet afgunstig, vergevend duizend keer.
Ze is niet onfatsoenlijk en denkt van niemand kwaad,
ze zoekt alleen de waarheid, is wars van lasterpraat.

5. De liefde wil bedekken, gelooft, volhardt, verdraagt,
terwijl ze van de ander nooit een beloning vraagt.
De meeste van Gods gaven zijn straks verleden tijd,
maar zijn geschenk van liefde doorstaat de eeuwigheid.

6. Veel is mij nu niet helder: ik kijk nog als een kind.
Voor de volmaakte liefde ben ik ten dele blind.
Maar eens als ik God zien zal en Hij mij zelf begroet,
laat Hij mijn ogen stralen en zie ik alles goed.

7. Geloof zal dan volmaakt zijn, beëindigd is de strijd.
De hoop is straks veranderd in vaste zekerheid.
De meeste is de liefde op ’t eeuwig bruiloftsfeest:
het is de grootste gave, geschonken door de Geest.

Liederen

Feest van genade

Jan Pieter Kuijper | Habakuk 3:17-18; Exodus 19:21-23; Johannes 3:16; Johannes 15:4-5; 1 Johannes 4:11-12; Mattheüs 28:18-20

Week 1: Hartstocht voor God (Habakuk 3:17-18)

Al bloeien er geen vijgenbomen meer,
al stokt de wijn, al wil het land niets geven,
al zijn de dieren uit de stal verdreven –
toch zal ik blijven juichen voor de Heer!

refrein:
Op dit genadefeest
wil ik mij aan U geven.
Heer, leid mij door uw Geest,
vernieuw mijn hart en leven.
Spreek, Heer, in deze tijd.
Maak ziel en zinnen stil.
Toon uw aanwezigheid.
Hoor mij om Jezus’ wil.

Week 2: Zonde, de grootste vijand (Exodus 19:21-23)

Mijn zondig leven is bij U bekend.
Ik durf niet zomaar naar U toe te komen.
De berg van schuld moet worden weggenomen
door U, die heiliger dan heilig bent.

refrein:
Op dit genadefeest
wil ik mij aan U geven.
Heer, leid mij door uw Geest,
vernieuw mijn hart en leven.
Spreek, Heer, in deze tijd.
Maak ziel en zinnen stil.
Toon uw aanwezigheid.
Hoor mij om Jezus’ wil.

Week 3: Het feest van genade (Johannes 3:16)

Wat een onmetelijke liefdesdaad:
God heeft zijn eigen Zoon aan ons gegeven.
Geloof in Hem schenkt ons het eeuwig leven.
Geen enkel mens die dan verloren gaat.

refrein:
Op dit genadefeest
wil ik mij aan U geven.
Heer, leid mij door uw Geest,
vernieuw mijn hart en leven.
Spreek, Heer, in deze tijd.
Maak ziel en zinnen stil.
Toon uw aanwezigheid.
Hoor mij om Jezus’ wil.

Week 4: Met heiliging de wereld in (Johannes 15:4-5)

Al oogt mijn rank heel vruchtbaar, fris en groen,
toch moet ik mij door U wel laten snoeien.
Gevoed door uw genade ga ik bloeien.
Los van de Wijnstok zelf kan ik niets doen.

refrein:
Op dit genadefeest
wil ik mij aan U geven.
Heer, leid mij door uw Geest,
vernieuw mijn hart en leven.
Spreek, Heer, in deze tijd.
Maak ziel en zinnen stil.
Toon uw aanwezigheid.
Hoor mij om Jezus’ wil.

Week 5: Verbondenheid met de naaste (1 Johannes 4:11-12)

Wat is het voeten wassen moeilijk, Heer.
In uw gemeente, waar ik bij mag horen,
was ik uit hoogmoed liever iemands oren.
U vraagt mij te vergeven, keer op keer.

refrein:
Op dit genadefeest
wil ik mij aan U geven.
Heer, leid mij door uw Geest,
vernieuw mijn hart en leven.
Spreek, Heer, in deze tijd.
Maak ziel en zinnen stil.
Toon uw aanwezigheid.
Hoor mij om Jezus’ wil.

Week 6: De missionaire kerk (Mattheüs 28:18-20)

Maak heel mijn leven een getuigenis.
U blijft bij mij tot aan het eind der dagen.
Help mij te doen wat U hebt opgedragen:
verkondigen hoe groot uw liefde is.

refrein:
Op dit genadefeest
wil ik mij aan U geven.
Heer, leid mij door uw Geest,
vernieuw mijn hart en leven.
Spreek, Heer, in deze tijd.
Maak ziel en zinnen stil.
Toon uw aanwezigheid.
Hoor mij om Jezus’ wil.

Feest van genadeDit lied is geschreven bij het werkboek '40 dagen: Feest van genade', geschreven door Aad Kamsteeg en Ronald Westerbeek. Dit is een inspirerend werkboek dat u meeneemt op een diepgaande reis door de wonderen van Gods genade. Dit gemeenteproject beslaat een periode van veertig dagen, waarin u samen met uw gemeente stil staat bij de kern van het (missionair) gemeentezijn.

De unieke combinatie van bijbelse kernthema's en praktische oefeningen helpt u om de rijke betekenis van genade in uw leven en gemeente te ervaren.

Liederen

Ruth

Jan Pieter Kuijper | Het Bijbelboek Ruth

1. Wat heb ik nog waaraan ik hechten kan
nu allen die mij levensvreugde gaven 
zijn heengegaan? Ik heb mijn lieve man 
bij Elimelech en zijn zoon begraven.
Wat rest mij nog nu ook Naomi gaat
en mij verlaat?

2. Als zij vertrekt ben ik zo goed als dood.
Ik wil Naomi’s liefde niet verliezen.
Haar eigen thuis heeft weer voldoende brood,
dus zal ze gaan - daar kan ik ook voor kiezen!
Hoe lang de terugtocht ook, hoe zwaar haar lot:
ze gaat met God.

3. Al doet het noemen van haar naam haar pijn,
al rouwt ze over man en beide zonen
en ben ik niets, toch wil ik bij haar zijn.
Tot aan haar dood wil ik dicht bij haar wonen.
Ik volg haar dus – maar veel meer nog Gods stem
naar Bethlehem.

4. God heeft de leiding, neemt mij bij de hand:
hij laat mij niet bij toeval aren lezen
als vreemdeling op Boaz’ akkerland.
Er wordt aan ons een grote gunst bewezen,
want deze man laat mij steeds huiswaarts gaan
met zakken graan.

5. De liefde en de zorg van Boaz zijn
als frisse dauw op droge druivenranken
Hij nodigt mij: “Geniet van brood en wijn”.
Waar heb ik deze goedheid aan te danken?
God heeft, door Boaz heen, zijn hart getoond,
mijn trouw beloond.

6. Ik doe zoals Naomi wil: ik wacht
tot Boaz is gaan rusten na het eten.
Ik lig bij hem en vraag hem in die nacht:
“Mijn heer, wilt u uw dienstmaagd niet vergeten? 
Los mij, spreid over mij uw mantel uit,
neem mij als bruid.”

7. God geeft aan mij nieuw leven na de dood:
een man die met een vreemdeling wil trouwen!
Ik krijg een nieuwe stad, een huis vol brood.
Gezegend ben ik, meer dan vele vrouwen: 
God laat mij in zijn koninklijke lijn
een moeder zijn.

Liederen

Waarom

Arie Maasland | Psalm 22

Waarom verlaat U Mij in mijn verdriet?
Waarom, Mijn God, hoort U Mijn schreeuwen niet?
Ik smeek U – ach, Ik smeek U alle dagen,
maar krijg geen antwoord op Mijn bange vragen.

Mijn voorgeslacht werd wel door U gered
in antwoord op hun dringende gebed.
Zij riepen U om hulp en ze ontkwamen;
nooit wilde U hun stille hoop beschamen.

Maar Ik ben als een worm; Ik heb geen kracht.
Ik word bespot, door iedereen veracht.
Ze grijnzen zonder spoor van medelijden:
‘Nu maar eens zien of God Hem kan bevrijden.’

Van jongs af aan heb Ik op U vertrouwd,
maar nu ben Ik alleen en doodsbenauwd.
Een kudde stieren heeft Mij ingesloten.
Ik word geplet onder hun zware poten.

Ik heb zo’n pijn, Mijn hele lijf verkrampt.
Mijn leven is als water dat verdampt.
Ik ben een potscherf die ligt uit te drogen
in duisternis; Ik heb de dood voor ogen.

Kwijlend als honden staan ze om Mij heen.
Hun spijkers gingen Mij door merg en been.
Ze dobbelen een potje om Mijn kleren;
hoe Ik hier hang lijkt niemand iets te deren.

Heere, hoelang vergeet, verstoot U mij?
Grijp reddend in en wees Mijn ziel nabij.
Of ben Ik werkelijk voorgoed verloren?
Zult U Mij niet uiteindelijk verhoren?

God, Ik geloof dat U toch bij Mij bent.
Dat maak Ik spoedig aan Uw volk bekend.
U zult Mij toch Uw grote trouw bewijzen,
en wie het hoort, zal U verwonderd prijzen.

U luistert als een zwakkeling U smeekt.
U bent het Die zijn boeien openbreekt.
Wie honger heeft, zult U te eten geven.
Wie U van harte zoekt, vindt eeuwig leven.

Straks buigt de hele aarde voor U neer.
Zelfs brengen de gestorvenen U eer.
Alle geslachten zingen van Uw macht,
want U regeert. Het is voorgoed volbracht.

Gedichten

Houd U niet stil, geef antwoord, God

Jan Pieter Kuijper | Psalm 83

Houd U niet stil, geef antwoord, God!
Uw haters smeden een complot.
U kunt niet langer blijven zwijgen;
hoor hoe ze U en ons bedreigen:
‘We gaan dat volk de dood injagen.
Geen mens zal ooit hun naam meer dragen!’

Het voortbestaan van Israël,
uw lieveling, staat op het spel.
Het voortbestaan van Israël,
uw lieveling, staat op het spel.

De volken die ons land omringen
gaan onze steden binnendringen!
Zelfs Assur heeft zich aangesloten
om met zijn leger door te stoten.

God, toon ook nu uw sterke hand.
Strooi hen als mest uit op het land.
Straf elke vorst en elke leider;
wees onze koning en bevrijder.
Wil al uw vijanden beletten
uw mooie woonplaats te bezetten.

Het voortbestaan van Israël,
uw lieveling, staat op het spel.
Het voortbestaan van Israël,
uw lieveling, staat op het spel.

Mijn God, maak hen als waaiend kaf;
blaas hen als pluisjes van U af.
Laat hen niet aan uw toorn ontkomen;
verbrand hen zoals vuur de bomen.
Stuur stormen om hen weg te vagen;
laat wervelwinden hen verjagen.

Het voortbestaan van Israël,
uw lieveling, staat op het spel.
Het voortbestaan van Israël,
uw lieveling, staat op het spel.

Ontneem de vijanden hun eer,
zodat ze U gaan zoeken, HEER.
Laat hen met schaamrood op de kaken
volledig in verwarring raken.
Dan weten al uw tegenstanders
dat U regeert en niemand anders!

Dan weten al uw tegenstanders
dat U regeert en niemand anders!

Dan weten al uw tegenstanders
dat U regeert en niemand anders!
niemand anders!
niemand anders!

Liederen

O kom, o kom Immanuel (Morgen zal Ik er zijn)

Jan Pieter Kuijper | 1 Korinthe 13

1. O Wijsheid, woord van hogerhand,
verhef uw stem, vervul het land.
Dring met uw inzicht tot ons door;
wijs ons uw wegen, ga ons voor.
O kom, o kom Immanuel,
tot vreugde van heel Israël.

2. O Heer, die eens verscheen in vuur,
verschijn opnieuw, verlicht dit uur.
Zet heel ons hart voor U in brand;
toon ons uw macht met sterke hand.
O kom, o kom Immanuel,
tot vreugde van heel Israël.

3. O Twijg uit Jesse, nieuwe loot,
wees onze koning, machtig, groot.
Maak alle volken stil voor U;
kom, wacht niet langer, red ons nu!
O kom, o kom Immanuel,
tot vreugde van heel Israël.

4. O Sleutel Davids, breng ons licht;
doe wat U opent niet meer dicht.
Bevrijd wie bang en eenzaam is;
verjaag de dood en duisternis.
O kom, o kom Immanuel,
tot vreugde van heel Israël.

5. O Dageraad, verlicht de nacht;
kom voor de dag, de morgen wacht!
Verdrijf de schaduw – het is tijd:
schijn, zon van de gerechtigheid.
O kom, o kom Immanuel,
tot vreugde van heel Israël.

6. O Koning van de volken, kom;
kijk naar uw eigen schepping om.
Maak, hoeksteen, alle volken één;
bouw aan uw woning, steen voor steen.
O kom, o kom Immanuel,
tot vreugde van heel Israël.

7. O God met ons, kom, Redder, Heer,
bewijs uw naam, daal bij ons neer.
Hoop van de volken, zie ons aan;
laat ons voor altijd met U gaan.
O kom, o kom Immanuel,
tot vreugde van heel Israël.

Naar de O-antifonen van de zeven dagen vóór Kerst.
Wanneer in de Latijnse tekst (zie onder) de hoofdletters van elk eerste woord na het ‘O’ van achteren naar voren gelezen worden staat er ERO CRAS, wat betekent: ‘Morgen zal ik er zijn’.

O Sapienta – Wijsheid (Spreuken 8:1-6)
O Wijsheid, voortgekomen uit de mond van de Allerhoogste, die van het ene uiteinde tot het andere reikt, die in alles krachtig en zacht voorziet. Kom, wijs ons de weg van de voorzichtigheid.

O Adonai – Heer (Deuteronomium 10:16-22)
O Adonai, Heer van Israëls huis, U bent in het brandende braambos aan Mozes verschenen en hebt hem de wet gegeven op de Sinaï. Kom, verlos ons met uitgestrekte hand.

O Radix Jesse – Wortel van Isaï (Jesaja 11:1-10)
O Wortel van Isaï, U staat als een vaandel voor de volken opgericht; voor U zullen de koningen sprakeloos staan, U zullen de volken aanroepen. Kom, bevrijd ons, wacht niet langer.

O Clavis David – Sleutel van David (Jesaja 22:20-22)
O Sleutel van David en Scepter van Israëls huis, wat U opent zal niemand sluiten; wat U sluit zal niemand openen. Kom, bevrijd de gevangene uit de kerker, red hen in de duisternis en de schaduw van de dood.

O Oriens – Dageraad (Maleachi 4:1-3)
O Dageraad, glans van het eeuwig licht en Zon van gerechtigheid. Kom, verlicht hen die in duisternis en in de schaduw van de dood leven.

O Rex gentium – Koning van de volken (Jeremia 10:1-7)
O Koning van de volken, door hen verlangd, U bent de hoeksteen die volken één maakt. Kom, red de mens die U uit het slijk van de aarde hebt gevormd.

O Emmanuel – God-met-ons (Jesaja 7:14)
O Immanuel, onze Koning en Wetgever, hoop van de volken, hun Redder. Kom, red ons, Heer onze God.

Bron O-Antifoonteksten: Wikipedia, bewerkte vertaling: Jan Pieter Kuijper

Liederen

Iedereen telt mee

Ria Borkent

Invocabit
1. Simon heeft het kruis gedragen
want ze dwongen hem ertoe
op de Via Dolorosa,
waar hij Jezus heeft ontmoet.
Wie zijn minste broeder helpt,
draagt het kruis voor Jezus zelf.
De soldaten hebben Jezus
aan het hout gehangen toen.
Vader, wil het hun vergeven,
die niet weten wat ze doen.

refrein:
Iedereen telt mee op weg naar Pasen,
veertig dagen om je te verbazen.
Wij vertellen over pijn, verdriet en hoop,
over leven, sterker dan de dood.

Reminiscere
2. Bij het kruis staat ook Maria
en zij ziet hoe Jezus lijdt.
Pijnlijker dan barensweeën
is het zwaard dat haar doorsnijdt.
Met Johannes staat zij daar,
Jezus geeft hen aan elkaar:
vrouw, uw zoon; en zoon, je moeder.
Liefde wijst een nieuwe koers:
wie de wil doen van mijn Vader
zijn mijn zussen en mijn broers.
refrein

Oculi
3. Jezus hangt er in het midden
als een boevenkoning bij,
één bespot Hem, één gaat bidden:
Jezus, vraagt hij, denk aan mij.
Heer, U bracht vanaf het kruis
eerst een crimineel naar huis.
Mensen kunnen zich verkijken
bij de poorten van de dood,
maar U laat het paradijs zien
aan een mens die bidt in nood.
refrein

Laetare
4. Hoelang blijft de hemel zwijgen?
God verduistert nu de zon,
Jezus kan geen licht meer krijgen
van omhoog, mijn God, waarom?
Hoor zijn uitgerekte klacht
in die middag, in die nacht:
waarom hebt U mij verlaten?
Als Hij sterft vergaat de spot,
trilt de aarde, trilt de hoofdman:
Hij was echt de Zoon van God.
refrein

Judica
5. Vrienden aten aan zijn tafel
en verdwenen één voor één,
Judas heeft de Heer verraden,
de Messias leed alleen.
Zonder vrienden, zonder ons;
uren dorst en zure spons.
Levend water, blijf maar stromen
ook al schenken zij azijn,
daarom toch bent U gekomen,
dat de Schrift vervuld zou zijn.
refrein

Palmarum
6. Hoor ik ook bij Jezus Christus?
Petrus zei: ik ken Hem niet;
hij verloochende de meester,
tot een haan hem wakker riep.
Heer, ik ben soms net zo bang,
als ik wankel, red me dan.
Want uw liefde is genade,
morgenlicht bij diepe nacht,
redding voor verloren mensen
uitgeroepen: ‘t Is volbracht.
refrein

Goede Vrijdag
7. Luid riep Jezus: in uw handen,
Vader, leg Ik nu mijn geest.
Jezus doet zijn eigen psalmen
als Hij zo zich overgeeft.
God heeft Hem zijn loon beloofd,
daarom buigt Hij nu zijn hoofd.
Heer, uw sterven was een offer,
uw onschuldig bloed voor mij.
Goede Vrijdag, Paasbelofte,
door uw leven leven wij.
refrein

Paasmorgen
8. In de graftuin bloeit het leven,
keren bloemen hun gezicht
met Maria Magdalena
naar de Heer, het hemels licht.
Toen het oog ontroostbaar was,
riep de Heer haar. En zij zag.
Opgestane, die Maria
hebt geroepen bij haar naam,
wij geloven wat gezien is:
onze Heer is opgestaan.

Veertigdagentijd: elk van de zes zondagen één couplet met refrein

Liederen

Naomi

Robert Roth | Het Bijbelboek Ruth

1. Waar voedsel is, daar zal ik leven,
ik werd door honger uit mijn land verdreven.
Maar waar ik leven wilde, stierven zij,
mijn man en zonen en mijn God in mij.

2. Waar voedsel is, daar zal ik leven,
God heeft aan Bethlehem weer brood gegeven,
aan mij een schoondochter die God nog ziet.
Ik zing door haar van hoop in mijn verdriet.

refrein
Waar ik ga, ga jij,
waar ik slaap, slaap jij.
Mijn volk is het jouwe.
Mijn God is de jouwe.
Je vecht met mijn vragen,
je helpt me te klagen
met God aan je zijde
zoals jij aan de mijne.

3. Waar aandacht is, daar zal ik leven.
Mijn dochterlief is met mijn ziel verweven.
Door haar de dood voorbij, ik eet weer brood.
Ze is de aandacht die mijn God mij bood.

4. Waar aandacht is, daar zal ik leven.
Ik lees Gods naam in aren uitgeschreven.
Ik hoor van haar, ook zij eet brood en wijn.
Mijn bitterheid wordt zoet, een medicijn.
refrein

5. Van overgave zal ik leven.
Dan zie ik voedsel dat de Heer wil geven.
Hij geeft me bovendien een nieuwe naam;
Hij geeft aan ons een zeker voortbestaan!

6. Van overgave zal ik leven.
God heeft me helderheid van geest gegeven:
ik ga mijn dochter voor en zeg: ‘Volg mij!’
Ze zoekt en vindt haar man, trouw aan haar zij.
refrein

7. Waar liefde is, daar zal ik leven.
Een vrouw, een man, een zoon is mij gegeven.
Ik heb weer naam, wie weet wat God nog geeft.
Mijn toekomst straalt van hoop en ik, ik leef.

8. Waar liefde is, daar zal ik leven.
Mijn Heer is goed en met mijn ziel verweven.
Ik doe weer mee met God, Hij trof me hard.
Mijn dochters God gaf vreugde in mijn hart.
refrein

Liederen

Diep gezonken

Jan Pieter Kuijper | Mattheüs 26:36-46

1. Mijn vader, hoge golven
hebben mijn ziel bedolven.
Ik smeek u, hoor naar mij:
Laat mij toch niet verdrinken,
niet dodelijk diep zinken,
ga met uw stormen mij voorbij!

2. Als ik straks word geslagen
en wel de straf moet dragen,
buig ik voor wat u wilt.
Door aan het kruis te bloeden
breng ik uw zee van woede
tot rust, ze wordt voorgoed gestild.

3. ‘Heel diep ben je gezonken,
maar je bent niet verdronken:
je overwon, mijn zoon!
De dood heb je verslagen.
Voor eeuwig mag je dragen
geen doornen- maar een koningskroon.

4. Voor wie naar jou wil komen
zal levend water stromen.
Er stroomt uit de fontein
een bron van zegeningen
voor arme drenkelingen -
het kruishout zal hun baken zijn!’

Dit lied is geschreven bij een schilderijen-tweeluik van Linette Trapman. De oorspronkelijke inspiratiebron voor de schilderijen is een zin uit een overdenking van Spurgeon: “Ondergedompeld in de diepten der smart”, die uiteraard verwijst naar Jezus. 
Net als Linette is er voor dit lied gekozen voor een tweeluik: de twee eerste strofen van het lied horen bij het eerste schilderij, de twee laatste bij het tweede. In het eerste deel is Jezus aan het woord, die zijn Vader aanroept en smeekt of de drinkbeker aan Hem voorbij mag gaan. De woorden “Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede” klinken door in de tweede strofe. Jezus weet dat het nodig is om neer te dalen in het rijk van de dood, om zo de zee van Gods woede tot een vlakke, rustige zee te maken.
In de laatste twee strofen klinkt de stem van de liefdevolle Vader tot zijn kind: “Je overwon, mijn Zoon!” Vanuit het lijden, afgebeeld door de doornenkroon, ontstaat een fontein van levend water. Er is redding voor wie komt naar deze fontein en naar dit kruis – dat vlak boven het water als een baken is weergegeven. Doordat Jezus werd ondergedompeld in de diepten der smart is er redding voor drenkelingen.

Tweeluik

Liederen

Voor alles is een uur gegeven

Jan Pieter Kuijper | Prediker 3:1-15

1. Voor alles is een uur gegeven,
voor elk verlangen of besluit.
Die onder zon en hemel leven,
zij denken zelf de tijd niet uit.

2. Een tijd van sterven en van baren,
een tijd van komen en van gaan.
Wie zaait en wacht op gouden aren,
die oogst op tijd het rijpe graan.

3. Een tijd van doden en genezen,
van afbraak tot de laatste steen.
Een tijd dat huizen zijn herrezen,
een veilig thuis voor iedereen.

4. Een tijd van huilen en van lijden,
van rouwen om de eindigheid.
Een tijd dat lachen zal bevrijden,
het vrolijk dansen viert de tijd.

5. Een tijd om stenen weg te gooien,
van weren en op afstand staan.
Een tijd dat hardheid gaat ontdooien,
om armen om elkaar te slaan.

6. Een tijd van zoeken en verlangen,
van stil verlies en kwetsbaarheid.
Een tijd om dankbaar te ontvangen,
om los te laten wat verslijt.

7. Een tijd om kleren te verscheuren
en voor een zachte hand die heelt.
Een tijd van zwijgen achter deuren
en voor een stem die woorden deelt.

8. Een tijd om teder te beminnen,
van blinde haat die fel ontbrandt.
Een tijd dat oorlogen beginnen
en vrede opbloeit in het land.

9. Wat is de winst van alle dagen,
van zwoegend werk de hele tijd?
Ik zag de last die God laat dragen,
de zwaarte van de levensstrijd.

10. Aan alles is een plaats gegeven,
als door Gods meesterhand omlijnd.
Hij heeft zijn werk niet uitgeschreven;
geen mens doorziet begin of eind.

11. Er is niets beters op de aarde
dan vrolijk leven, vol genot.
Het goede dat de mens bewaarde,
ontvangt hij als geschenk van God.

12. Al wat God doet zal eeuwig duren,
daar wordt niets af- of toegedaan.
Hij blijft de wereld wijs besturen,
wat ons aanbiddend stil doet staan.

13. Wat zich voltrekt hier in het heden,
is net zo oud als wat bestond.
God haalt wat was uit het verleden;
zo gaat de tijd voor eeuwig rond.

Liederen
© 2026 Dicht bij de Bijbel
Website door web-it.nl

Contact | Sitemap | Disclaimer
IBAN: NL20 RABO 0198 2557 64

Weergaveopties