Wij gaan de koning groeten
Zij
1. Onrustig zocht ik in de nacht
de liefde van mijn leven.
Ik had vergeefs op hem gewacht,
waar was hij toch gebleven?
Ik dwaalde zoekend over straat,
sprak wachters aan ten einde raad:
‘Is hij voorbijgekomen,
de mooiste uit mijn dromen?’
2. Zodra de wacht uit zicht verdween,
had ik mijn lief gevonden.
Ik sloeg mijn armen om hem heen,
intiem met hem verbonden.
Ik nam hem mee naar mijn begin,
de kamer van mijn moeder in.
Wek liefde niet, vriendinnen,
tot zij ontwaakt vanbinnen.
De meisjes
3. Wat nadert daar uit de woestijn,
waar wierookwolken zweven?
Wat is als door een geurgordijn
met kostbaar kruid omgeven?
Daar komt de koningsstoet vol pracht,
omringd door helden in de nacht,
de zwaarden aan hun zijde,
geoefend in het strijden.
4. De draagkoets is van cederhout,
met zilver langs de randen.
De leuning is van zuiver goud,
versierd door meisjeshanden.
De koningsmoeder schonk de kroon,
een oogverblindend eerbetoon.
Wij gaan de koning groeten,
de bruidegom ontmoeten!
Bijbelgedeelte
Hooglied 3Melodie
O grote God die liefde zijtGebruik in diensten
Wij willen u aanmoedigen dit lied binnen uw kerkelijke gemeenschap te gebruiken. U dient wel een CCLi Licentie te hebben afgesloten.
Liednummer rapportage CCLi 7090321
