Liederen en gedichten van Bram Wattèl: over noodkreten, twijfel en onuitwisbare hoop
Dicht bij de Bijbel biedt ruimte aan teksten die het volle, soms weerbarstige leven niet schuwen. Vandaag lichten we drie bijdragen van Bram Wattèl uit. Wattèl verstaat de kunst om eeuwenoude profetieën en psalmen kraakhelder en met grote pastorale gevoeligheid naar ons heden te vertalen. Met een scherpe pen geeft hij woorden aan themathiek die in de doorsnee liturgie wel eens onderbelicht blijft: God ter verantwoording roepen in de nood, eerlijke vertwijfeling, en de rauwe randen van rouw. Drie teksten die de worsteling in het geloof de diepste ruimte bieden.
Ik roep U aan
Het Bijbelboek Habakuk ademt de worsteling van een mens in een wereld vol onrecht. In het lied 'Ik roep U aan', gezet op de statige, vertrouwde melodie van Psalm 119, kruipt Wattèl in de huid van de profeet en blaast keihard op de alarmhoorn. Het lied start in de kwellende stilte van de hemel ("Slaapt U misschien en mag geen mens U storen?"), om uiteindelijk via de waarschuwingen en beloften van God uit te komen bij een ontzagwekkende overgave. Zelfs als in het leven werkelijk alles instort, blijft de bekende Habakuk 3-belijdenis staan:
"Al loopt geen schaap, geen koe meer in de wei,
(...)
nochtans zal ik met hart en ziel U loven."
Wattèl voegt hier in het zesde couplet nog een schitterend pastoraal vangnet aan toe voor iedereen bij wie de eigen lofzang muurvast zit: "houd mij dan staande, lieve Heer, en laat / andere stemmen zingend mij omringen." Een aangrijpend pleidooi over de dragende kracht van de zingende gemeente om ons heen.
Gebed van een twijfelaar
Psalm 77 verwoordt geloofscrisis pur sang. Aan de ene kant staat de glorierijke verlossing van het volk uit Egypte, aan de andere kant de grauwe realiteit van een wereld waarin het onrecht regeert. In 'Gebed van een twijfelaar' (op de melodie van Psalm 70) trekt Wattèl dat contrast door naar vandaag. God lijkt verborgen te zijn gebleven:
"Vaak triomfeert vandaag het kwade;
het onrecht wint het keer op keer.
Waar bent U toch te vinden, Heer?
Waar blijven nu uw grote daden?"
Dit lied smeert de theologische crisis nergens stichtelijk dicht met simpele antwoorden, het benoemt precies hoe het er soms voorstaat. Pas in het vierde couplet vormt de vragende dwaling zich, dwars door al het onbegrip heen, om naar blinde overgave: "Heer, ik vertrouw mij toe aan U." Een eerlijk kerklied, essentieel voor die vele momenten in het leven waarop Gods paden ons verstand ver te boven gaan.
Ga naar 'Gebed van een twijfelaar'
Rouw
Naast liederen om samen te zingen, schrijft Wattèl teksten die primair om de luisterende stilte van het gesproken woord vragen. Het gedicht 'Rouw' behandelt de confronterende, wegglijdende herinnering nadat we een geliefde verliezen. Het pakt de lezer direct bij de keel met een ongemakkelijke constatering: "Zo gaat het dus. Zo raakt een mens vergeten."
Toch eindigt het gedicht niet in nihilisme. Waar het geheugen van de mens stopt te dragen, verankert Wattèl de redding stevig op een belofte uit Jesaja 56. God vergeet een mensenkind nooit:
"hoe God aan jou een plaats, een naam zal geven,
een eigen plaats bij Hem, voor eeuwig en altijd,
een eigen nieuwe naam in onuitwisbaar krijt."
Deze rake, kwetsbare regels creëren een oase van rust, en belijden dat zelfs ons herinneren uiteindelijk veilig mag rusten bij onze Vader. Een gedicht dat zich bij uitstek leent voor gedenkdiensten, Eeuwigheidszondag, of persoonlijke troost.
Ruimte in de liturgie en thuis
Stichting Dicht bij de Bijbel moedigt voorgangers, zangers en gemeenteleden van harte aan om deze teksten de plek te geven die ze verdienen. Juist dit soort eerlijke woorden over twijfel, nood en hoop zijn een enorme verrijking voor de liturgie of de persoonlijke bezinning thuis. De beamsheets zijn bij elk lied te downloaden, en het gedicht leent zich uitstekend om te worden voorgedragen.
